BHV in de zorg: ontruimen als je bewoners niet kunnen vluchten
"Wie is er vannacht de BHV'er?" vraag ik in een verpleeghuis. "De nachtdienst." Dat zijn twee mensen, op dertig bewoners, van wie er acht zelf kunnen lopen. Dat is BHV in de zorg in één zin: het is verplicht, net als overal, maar je ontruimt geen collega's die naar buiten lopen. Je ontruimt mensen die dat niet kunnen, met de mensen die er op dat moment toevallig zijn.
Ik train al 14 jaar BHV'ers, ook op afdelingen van verpleeghuizen, in woonvormen en bij thuiszorgteams. Hieronder wat de zorg anders maakt, wat de wet precies van je vraagt (Arbowet én Bbl artikel 6.20), hoeveel BHV'ers je per dienst nodig hebt en hoe je een afdeling in de praktijk ontruimt.
Waarom BHV in de zorg anders is
In een kantoor gaat het alarm, loopt iedereen naar de verzamelplaats en telt de BHV'er de koppen. In de zorg gaat het alarm en blijft iedereen liggen. Dat is het hele verschil, en daar volgt alles uit:
- Niet-zelfredzame mensen. Bewoners in bed, cliënten met dementie die de weg kwijt zijn, mensen aan zuurstof of aan een infuus. Zij vluchten niet, zij worden gevlucht.
- Weinig handen op het verkeerde moment. Overdag is er personeel genoeg. Om drie uur 's nachts staat de nachtdienst er alleen voor, en brand houdt geen kantoortijden aan.
- Meer mensen dan je denkt. Bezoek, vrijwilligers, stagiaires, de kapper op dinsdag. Zij kennen het gebouw niet en zij kennen jouw rol niet.
- Medische apparatuur. Een bed met infuuspaal en zuurstofcilinder rijdt niet vanzelf, en zuurstof en vuur zijn geen vrienden.
Wat ik in bijna elke zorgtraining zie: het ontruimingsplan hangt keurig achter de balie. Onder de kerstkaarten. Iedereen weet dát het er is; wie het gelezen heeft, blijft stil. Precies daarom oefen je het, niet om het te kennen maar om het te kunnen.
Wat de wet van je vraagt: Arbowet én Bbl 6.20
Twee regels stapelen in de zorg op elkaar.
De Arbowet (artikel 15) verplicht elke werkgever om bedrijfshulpverlening te organiseren: voldoende opgeleide BHV'ers, afgestemd op de risico's uit je RI&E. Dat geldt voor elke werkgever met personeel, dus ook voor jou.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) kijkt naar het gebouw. Artikel 6.20 zegt dat in een gebouw met een brandmeldinstallatie voldoende personen zijn aangewezen om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen, en dat zo'n gebouw een ontruimingsplan heeft. Vrijwel elk verpleeghuis, ziekenhuis en elke intramurale woonvorm valt hieronder.
Let op wat er niet staat: geen aantal, geen functie. Niet "één BHV'er per afdeling", niet "iedereen met een certificaat". Er staat "voldoende" en "snel genoeg", en jij moet kunnen laten zien dat het klopt. Voor zorggebouwen bestaat daar sinds 2025 een handreiking met rekenmodule voor, die per afdeling uitrekent hoeveel mensen je nodig hebt om binnen de beschikbare tijd te ontruimen. Gebruik die, want de brandweer en de inspectie kennen hem ook.
Hoeveel BHV'ers heb je nodig in de zorg?
"1 BHV'er per 50 medewerkers" hoor je ook in de zorg, en ook hier is het een fabel. Sterker nog: in de zorg is het aantal medewerkers de verkeerde teller. Je rekent per dienst en per afdeling, met de bewoners als uitgangspunt.
De vraag die je jezelf stelt is simpel: kunnen de mensen die er nu zijn, deze afdeling op tijd ontruimen? Stel hem drie keer.
- Overdag. Meestal geen probleem, mits het duidelijk is wie wat doet.
- In de avond. Minder personeel, wel bezoek en meer bewoners op de kamer.
- 's Nachts. Dit is de dienst waar het om gaat. Twee mensen op een afdeling van dertig betekent dat elke medewerker minstens een deel van de ontruiming zelf moet kunnen.
De praktische oplossing is niet meer BHV'ers, maar een tweede laag: iedereen die op de afdeling werkt weet hoe een ontruiming begint (deur dicht, alarm, wie eerst), en de BHV'er coördineert. In veel instellingen heten die collega's ontruimers. Zij hoeven geen volledige BHV-cursus te doen, maar ze horen wel een instructie en minstens één oefening per jaar te krijgen. Een BHV'er die alleen staat, ontruimt niemand.
Ontruimen in de zorg: horizontaal, en in een vaste volgorde
In een kantoor betekent ontruimen: naar buiten. In de zorg betekent het bijna altijd: naar de andere kant van de brandwerende deur. Dat heet horizontaal ontruimen. Een zorggebouw is opgedeeld in brandcompartimenten, en de scheiding daartussen houdt brand en rook lang genoeg tegen om de afdeling ernaast als veilige plek te gebruiken. Je brengt bewoners dus niet drie verdiepingen naar beneden, je brengt ze twintig meter verderop, achter een dichte deur. Liften vallen af, hoe verleidelijk ook met een bed.
De volgorde die in de zorg gangbaar is heet WARB:
- Waarschuwen. Alarm, collega's, en iedereen die zelf kan lopen op weg sturen. Deuren dicht van kamers waar niemand meer is.
- Assisteren. De mensen die met een arm, een rollator of een rolstoel weg kunnen, help je als tweede.
- Redden. Wie gedragen of gereden moet worden komt daarna. Hiervoor heb je twee mensen nodig, en een techniek die je geoefend hebt.
- Bedlegerig. Bewoners die niet uit bed kunnen gaan als laatste, meestal in hun bed, naar het veilige compartiment.
Dit voelt tegennatuurlijk. Je eerste reflex is naar de bewoner rennen die het meeste hulp nodig heeft. Maar wie eerst tien minuten bezig is met één bed, verliest de acht mensen die met een aanwijzing zelf de gang uit hadden gekund. Volgorde is in de zorg geen bureaucratie, het is hoe je de meeste mensen redt met de minste handen.
Wat je oefent, en waar het in de praktijk misgaat:
- De deur. Een dichte deur houdt rook minuten tegen; een open deur seconden. In elke oefening staat er wel één open "omdat het bed anders niet paste".
- De brandmeldcentrale. Wie leest hem uit, en weet die persoon waar zone 3 is?
- Het bed. Remmen los, infuuspaal mee, zuurstof dicht of mee: dat gaat alleen soepel als je het een keer met een echt bed door een echte deur hebt gedaan.
- Communicatie. "Ga naar de veilige zijde" betekent niets voor de kapper en de stagiaire. Wijs, roep, loop voorop.
Een ontruimingsoefening plan je daarom niet alleen op een rustige dinsdagochtend, maar minstens één keer in de bezetting van een avond of nacht. Dan zie je pas wat twee mensen echt kunnen.
Eerste hulp bij bewoners: drie situaties die je team blind moet kunnen
Naast brand en ontruiming is de zorg de plek waar de BHV'er het vaakst eerste hulp verleent, simpelweg omdat er de hele dag kwetsbare mensen om je heen zijn. Drie situaties komen steeds terug.
Verslikking. Slikproblemen horen bij ouderdom en bij veel neurologische aandoeningen, dus verslikking is in een verpleeghuis geen incident maar een risico van elke maaltijd. Slaan tussen de schouderbladen en buikstoten moet elke medewerker kunnen, ook in een rolstoel en ook bij iemand die niet kan staan.
Vallen. Een val is in de zorg zelden "even overeind helpen". Denk aan heupfracturen, hoofdletsel bij bloedverdunners en een bewoner die niet kan vertellen waar het pijn doet. Niet verplaatsen, wel beoordelen, en laag drempel voor 112.
Reanimatie. De stappen van een reanimatie zijn in de zorg gelijk aan overal, met één belangrijke uitzondering: de niet-reanimerenverklaring. Sinds de nieuwe reanimatierichtlijn van november 2025 geldt ook voor BHV'ers en andere burgerhulpverleners: zie je een niet-reanimerenpenning of -tatoeage, dan start je niet. Je hoeft er niet naar te zoeken, elke seconde telt. In een zorginstelling staan behandelafspraken in het zorgdossier, en dat leest niemand tijdens een hartstilstand. Spreek dus af hoe de BHV'er op de afdeling in één oogopslag weet wat er is afgesproken. Dat is geen BHV-vraag maar een organisatievraag, en hij hoort thuis in je BHV-plan.
En de AED? Niet verplicht, wel logisch. In de zorg is de kans op een hartstilstand groter dan waar ook, en de ambulance is er gemiddeld pas na 8 tot 10 minuten.
Zo regel je het praktisch
- Reken per dienst, niet per fte. Zet in je BHV-plan per afdeling en per dienst wie BHV'er is, wie ontruimer is en wie de brandmeldcentrale uitleest.
- Laat de nachtdienst niet alleen op papier gedekt zijn. Een BHV'er die om 22.00 uur naar huis gaat, telt om 3.00 uur niet mee.
- Maak van de instructie aan nieuwe collega's en stagiaires een vast onderdeel van dag één: deur dicht, alarm, veilige zijde, wie beslist.
- Oefen minstens jaarlijks, en één keer in avond- of nachtbezetting. Met een echt bed, door een echte deur.
- Herhaal jaarlijks. Juist de handelingen (bed verplaatsen, buikstoten in een rolstoel) zakken weg; de BHV Herhaling Cursus kost een dagdeel per jaar. Wie het echt wil kunnen, doet daartussen een kort oefenmoment van een paar uur.
- Denk aan de taal. Steeds meer zorgteams hebben collega's die beter Engels dan Nederlands spreken. Een BHV'er die de instructie half begrijpt, is er in de praktijk geen; daarom geven wij de cursus ook in het Engels.
Training op jullie eigen afdeling
Een BHV cursus voor de zorg geef je niet in een zaaltje met een plattegrond van een kantoorpand. Bij ons komt de trainer naar jullie locatie: een ontruiming door jullie eigen gang met jullie eigen bedden, een reanimatie op een kamer waar je nauwelijks bij het bed kunt, een scenario in de bezetting van een nachtdienst. Geen PowerPoint, maar aan de slag. Wil je het écht realistisch, dan zetten we een LOTUS-slachtoffer in dat terugpraat, verward is en niet mee wil.
De BHV Basis Cursus kost €160 per persoon, de herhaling €110 (excl. btw, inclusief e-learning vooraf en het digitale certificaat), vanaf 4 deelnemers. Actuele prijzen en de inhoud staan op de cursuspagina's. Bereken in één minuut wat het voor jouw team kost, dan plannen we de training op een moment dat de afdeling het toelaat, ook als dat een avond is.
Geschreven door
Kim Hertogh
Kim Hertogh is oprichter en hoofdtrainer van LevelUp BHV. Met meer dan 14 jaar ervaring in bedrijfshulpverlening heeft ze ruim 16.000 medewerkers opgeleid. Kim staat bekend om haar praktijkgerichte en persoonlijke aanpak, waarbij theorie en praktijk continu worden afgewisseld. Haar missie: teams het vertrouwen geven om in noodsituaties precies te weten wat ze moeten doen.
Veelgestelde vragen
Ja. De Arbowet verplicht elke werkgever met personeel om bedrijfshulpverlening te organiseren, dus ook elk verpleeghuis, elke woonvorm en elke praktijk met medewerkers. Voor zorggebouwen met een brandmeldinstallatie komt daar Bbl artikel 6.20 bij: er moeten voldoende personen zijn aangewezen om bij brand snel genoeg te ontruimen, en er moet een ontruimingsplan zijn.
Er staat geen aantal in de wet. Je RI&E en het ontruimingsplan bepalen wat passend is, en in de zorg reken je per dienst, niet per aantal medewerkers. De vraag is: kunnen de mensen die er om drie uur 's nachts zijn, deze afdeling op tijd ontruimen? Voor gebouwen die onder Bbl 6.20 vallen bestaat een handreiking met rekenmodule die dat per afdeling uitrekent.
Artikel 6.20 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zegt dat in een gebouw met een brandmeldinstallatie (of een gebruiksmelding) voldoende personen zijn aangewezen om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen, en dat zo'n gebouw een ontruimingsplan heeft. Het artikel noemt geen aantallen en geen functies: jij moet kunnen aantonen dat het genoeg is.
WARB staat voor Waarschuwen, Assisteren, Redden, Bedlegerig. Het is de volgorde die in de zorg gangbaar is bij een ontruiming: eerst iedereen waarschuwen die zelf kan lopen, dan de mensen helpen die met een arm of rolstoel weg kunnen, dan wie gedragen moet worden, en als laatste de bedlegerige bewoners, meestal in hun bed naar een veilig compartiment.
Nee. Sinds de reanimatierichtlijn van november 2025 geldt ook voor BHV'ers: zie je een niet-reanimerenpenning of -tatoeage, dan start je niet. Je hoeft er niet naar te zoeken; elke seconde telt. In een zorginstelling staan de behandelafspraken in het zorgdossier, dus spreek af hoe de BHV'er dat op de afdeling direct weet.
Bij LevelUp BHV kost de basiscursus €160 per persoon en de herhaling €110 (excl. btw, inclusief e-learning vooraf en het digitale certificaat), vanaf 4 deelnemers en altijd op jullie eigen locatie. Actuele prijzen staan op de cursuspagina's; een prijsindicatie voor jouw team maak je in één minuut in de offertetool.