Reanimatie stappen: het stappenplan volgens de richtlijnen van 2026
Onze oefenpop heet geen Anne meer. Na de derde ronde borstcompressies bedenkt elke groep vanzelf een andere naam voor haar, meestal iets minder vriendelijks. Dat is precies het moment waarop het kwartje valt: reanimeren is zwaar werk. Maar de reanimatie stappen zelf zijn simpel, en dit is de volgorde: controleren, 112 bellen, 30 borstcompressies, 2 beademingen, AED aansluiten, doorgaan tot de ambulance het overneemt.
Ik geef al 14 jaar BHV-trainingen en heb ruim 16.000 mensen dat rijtje laten oefenen. Hieronder loop ik het hele stappenplan met je door zoals ik het in de zaal ook uitleg. Inclusief de nieuwe richtlijnen die sinds februari 2026 gelden, de cijfers die je echt moet onthouden, hoe het anders gaat bij een kind, en wanneer je mag stoppen.
De reanimatie stappen bij een volwassene
Dit is de volgorde van handelen zoals de Nederlandse Reanimatie Raad hem beschrijft. Leer hem in deze volgorde, want in paniek val je terug op wat je geoefend hebt.
Stap 1: kijk of het veilig is
Eigen veiligheid eerst. Klinkt hard, maar een tweede slachtoffer helpt niemand. Kijk in twee tellen om je heen: verkeer, machines, stroom, rook. Pas daarna ga je erheen.
Stap 2: spreek aan en schud aan de schouders
Schud voorzichtig aan beide schouders en vraag hard: "Gaat het?" Reageert iemand wel, dan laat je hem liggen zoals je hem aantreft en zoek je uit wat er aan de hand is. Reageert iemand niet, dan ga je door naar stap 3.
Stap 3: laat 112 bellen en een AED halen
Wijs mensen persoonlijk aan. Roep je "kan iemand 112 bellen?", dan kijkt iedereen naar elkaar en belt niemand. Dus: "Jij belt 112, jij haalt de AED."
Ben je alleen, dan bel je zelf en zet je de telefoon op de luidspreker. De centralist van de meldkamer begeleidt je door de reanimatie heen en jij houdt je handen vrij. Weet je dat er binnen één minuut een AED hangt, dan haal je die eerst zelf op. Hangt hij verder weg, dan begin je met drukken.
Stap 4: controleer de ademhaling, maximaal tien seconden
Ligt het slachtoffer niet op zijn rug, draai hem dan om. Open daarna de luchtweg met de hoofdkantel-kinliftmethode: één hand op het voorhoofd, hoofd voorzichtig achterover, en met twee vingertoppen van je andere hand de punt van de kin optillen.
Dan kijken, luisteren en voelen. Komt de borstkas omhoog, hoor je ademhaling bij mond en neus, voel je luchtstroom langs je wang? Neem er maximaal tien seconden voor.
Let op dat happen naar lucht. In de eerste minuten na een hartstilstand maken mensen vaak trage, luidruchtige haalbewegingen. Dat heet agonale ademhaling, en het is géén ademhaling. In mijn trainingen is dit de fout die ik het vaakst zie: iemand hoort geluid, denkt "hij ademt nog" en wacht af. Bij twijfel behandel je het als geen ademhaling en begin je gewoon.
Stap 5: geef 30 borstcompressies
Kniel naast het slachtoffer ter hoogte van de bovenarm. De hiel van je ene hand komt midden op de borstkas, je andere hand daar bovenop, vingers in elkaar gehaakt. Armen gestrekt, schouders loodrecht boven je handen.
- Druk minstens 5 centimeter in, maar niet dieper dan 6
- Tempo: 100 tot 120 keer per minuut
- Laat de borstkas na elke compressie helemaal omhoogkomen, zonder je handen los te halen
- Indrukken en loslaten duren even lang
Vijf centimeter is dieper dan mensen denken. In bijna elke training is te zacht drukken het eerste dat ik moet bijsturen, en na een minuut zie je waarom: het is loodzwaar. Zijn jullie met z'n tweeën, wissel dan elke twee minuten.
Stap 6: beadem twee keer
Open de luchtweg opnieuw met de hoofdkantel-kinliftmethode. Knijp de neus dicht met twee vingers van de hand op het voorhoofd, houd de kin omhoog zodat de mond een beetje open blijft. Neem een normale ademteug, sluit je lippen om de mond van het slachtoffer en blaas rustig in gedurende één seconde. Zie je de borstkas omhoogkomen, dan was de beademing effectief. Daarna de tweede.
Ja, mond-op-mondbeademing blijft ongemakkelijk. Bij het oefenen met de pop hoor ik altijd hetzelfde gegiechel, en dat mag. Het ongemak benoemen werkt beter dan doen alsof het er niet is, want daarna durft iedereen het gewoon te doen.
Komt de borstkas niet omhoog? Check je kinlift, kijk in de mond en haal een zichtbare belemmering weg. Geef maximaal twee pogingen en ga dan direct door met drukken. De borstcompressies onderbreek je zo kort mogelijk: streef naar maximaal vijf seconden.
Stap 7: sluit de AED aan zodra hij er is
Zet hem aan en doe wat hij zegt. Ontbloot de borstkas, plak de elektroden en volg de gesproken opdrachten. Geeft de AED een schokopdracht, dan zorg je dat niemand het slachtoffer aanraakt en druk je op de knop. Daarna meteen weer 30:2. Geeft hij geen schokopdracht, dan ga je ook meteen door met 30:2.
Het hele apparaat, wie het mag gebruiken en wat je doet bij een pacemaker of een natte vloer staat in AED gebruiken: zo werkt het écht.
Stap 8: ga door tot je mag stoppen
Blijf afwisselen tussen 30 compressies en 2 beademingen. De AED analyseert vanzelf elke twee minuten opnieuw. Je gaat door tot een van de vier stopmomenten hieronder zich voordoet.
Wat er sinds februari 2026 veranderd is
De Nederlandse Reanimatie Raad publiceerde eind 2025 nieuwe richtlijnen, die sinds februari 2026 gelden. Goed nieuws als je het rijtje al kende: het algoritme is niet veranderd. Dertig compressies, twee beademingen, dezelfde diepte en hetzelfde tempo. Wel zijn er een paar praktische dingen aangepast:
- De AED haal je zelf als die binnen één minuut beschikbaar is, ook als je alleen bent. De oude formulering "direct beschikbaar" was te vaag.
- Onderbreek de borstcompressies maximaal vijf seconden. Elke stilstand kost druk in het systeem.
- Geen stabiele zijligging meer bij iemand die bewusteloos is maar duidelijk normaal ademt. Die laat je op de rug liggen met de hoofdkantel-kinliftmethode, en je blijft continu controleren. Alleen bij braakneigingen draai je snel op de zij.
- Verplaatsen naar een harde ondergrond heeft geen prioriteit. Start waar iemand ligt.
- De meldkamercentralist begeleidt je actiever door de reanimatie heen. Telefoon op de luidspreker dus.
Die zijligging is de wijziging waar ik in herhalingen de meeste verbaasde gezichten bij zie, want dat zat er bij veel mensen jarenlang ingeslepen. Precies daarom is een jaarlijkse herhaling geen formaliteit: richtlijnen veranderen, en jij traint anders nog steeds wat je in 2019 hebt geleerd.
De cijfers die je moet onthouden
| Wat | Volwassene | Kind (vanaf 1 jaar) | Baby (tot 1 jaar) |
|---|---|---|---|
| Eerste handeling | 30 compressies | 5 beademingen | 5 beademingen |
| Verhouding | 30:2 | 15:2 | 15:2 |
| Diepte | 5 tot 6 cm | minstens een derde van de borstkas | minstens een derde van de borstkas |
| Tempo | 100 tot 120 per minuut | 100 tot 120 per minuut | 100 tot 120 per minuut |
| Techniek | twee handen, vingers gehaakt | een of twee handen | twee duimen, handen om het borstje |
| Ademcontrole | maximaal 10 seconden | maximaal 10 seconden | maximaal 10 seconden |
Op welk tempo moet je drukken?
Honderd tot 120 keer per minuut is sneller dan het klinkt, en daar is een reden waarom half Nederland Stayin' Alive kent als reanimatielied: dat nummer zit er precies op. Werkt de Bee Gees niet voor jou, dan kun je ook Dancing Queen van ABBA of Radio Ga Ga van Queen in je hoofd afspelen. Elk nummer rond de 100 tot 120 slagen per minuut doet het.
Klinkt flauw, maar het is het enige geheugensteuntje dat mensen een jaar later nog blijken te hebben. Bij ons in de training tel ik het eerst hardop mee, daarna zet iemand het nummer op, en het tempo klopt meteen.
Beademen of alleen borstcompressies?
Alleen drukken is altijd beter dan niets doen. Durf je de mond-op-mondbeademing niet aan bij een vreemde, dan geef je gewoon onafgebroken borstcompressies en dat redt levens.
Toch blijft 30:2 de richtlijn, en dat is een bewuste keuze van de Reanimatie Raad: beademing noemen ze een cruciale factor voor overleving. Voor BHV'ers geldt er nog iets extra's. Jij reanimeert een collega, niet een vreemde op straat, en in de meeste BHV-koffers zit een beademingsmasker met een filter. Dat maakt de drempel een stuk lager. Wat er verder in zo'n koffer hoort, lees je in BHV-koffer inhoud.
Bij kinderen ligt het anders. Daar begint een circulatiestilstand bijna altijd met een zuurstoftekort, dus daar is beademen geen optie maar de kern van het verhaal.
Reanimatie bij een kind of baby
De volgorde is bijna hetzelfde, met drie verschillen. Je begint eenmalig met vijf beademingen voordat je gaat drukken. Daarna wissel je af met 15 borstcompressies en 2 beademingen. En je drukt minstens een derde van de borstkas in, wat bij een klein kind veel minder centimeters zijn dan bij een volwassene.
Bij een baby tot één jaar gebruik je de twee-duimen-omcirkeltechniek: je pakt het borstje met beide handen vast en drukt met je duimen midden op de borstkas, op de onderste helft van het borstbeen. Bij een kind ouder dan één jaar gebruik je één hand, of twee als het kind groter is. Kantel het hoofd bij een baby niet te ver achterover, want dan knik je de luchtweg juist dicht.
Ben je niet specifiek getraind op kinderreanimatie? Dan zegt de richtlijn: volg het volwassenenprotocol. Twijfelen kost meer dan een net niet perfect uitgevoerde reanimatie. Het Rode Kruis heeft de kinderstappen apart uitgeschreven als je je erin wilt verdiepen.
Wanneer stop je met reanimeren?
Dit is de vraag die in elke training terugkomt, meestal fluisterend. Er zijn precies vier momenten waarop je stopt:
- De ambulancehulpverleners of de huisarts van het slachtoffer zeggen dat je mag stoppen
- Het slachtoffer komt goed bij bewustzijn én beweegt én opent actief de ogen én ademt normaal
- Je bent uitgeput
- Je vindt een niet-reanimerenverklaring die bij het slachtoffer hoort
Let op die vier voorwaarden bij punt 2: ze moeten alle vier gelden. Iemand die één keer beweegt of een gaspende ademteug neemt, is niet bijgekomen. Ademt het slachtoffer daarna weer normaal, dan houd je de luchtweg vrij met de kinlift, blijf je continu controleren en laat je de AED aan staan met de elektroden op de borst.
En punt 3 is geen zwakte. Reanimeren is topsport en na twee minuten drukken zakt de kwaliteit hoorbaar in. Daarom trainen we het aflossen net zo goed als het drukken zelf.
De fouten die ik in trainingen steeds terugzie
- Te zacht drukken. Verreweg nummer één. Mensen zijn bang om ribben te breken. Dat kan gebeuren, en het is nog altijd beter dan niet drukken.
- De borstkas niet laten terugkomen. Als je blijft leunen, vult het hart zich niet en pomp je lucht rond.
- Wachten op de AED. Je begint met drukken, iemand anders haalt het apparaat.
- Gaspen aanzien voor ademhaling. Zie stap 4. Bij twijfel: starten.
- Niemand aanwijzen. "Kan iemand 112 bellen" levert nul telefoontjes op.
- Te lang stoppen voor de beademing. Maximaal vijf seconden, dan weer drukken.
Reanimeren leer je met je handen
Je kunt dit stappenplan uit je hoofd leren en dat helpt echt. Maar de eerste keer dat je 5 centimeter diep drukt op een echte borstkas, voel je pas hoeveel kracht dat kost. En je merkt pas hoe snel 120 per minuut is als iemand het tempo naast je meeklapt. Dat is het verschil tussen weten hoe het moet en durven doen.
In de BHV Basiscursus van €160 per persoon oefent iedereen reanimatie en AED tot het in de handen zit, en in de herhaling van €110 per persoon halen we het elk jaar opnieuw op, met de richtlijnen van dat moment erbij. Wij komen naar jullie eigen locatie, dus je oefent met de AED die bij jullie aan de muur hangt. Actuele prijzen staan op de kostenpagina.
Wil je weten wat een training voor jouw groep kost en wanneer we kunnen? Bereken je prijs, dan bel ik je binnen een werkdag om de datum af te stemmen.
Geschreven door
Kim Hertogh
Kim Hertogh is oprichter en hoofdtrainer van LevelUp BHV. Met meer dan 14 jaar ervaring in bedrijfshulpverlening heeft ze ruim 16.000 medewerkers opgeleid. Kim staat bekend om haar praktijkgerichte en persoonlijke aanpak, waarbij theorie en praktijk continu worden afgewisseld. Haar missie: teams het vertrouwen geven om in noodsituaties precies te weten wat ze moeten doen.
Veelgestelde vragen
Controleer of het veilig is, spreek het slachtoffer aan en schud aan de schouders. Geen reactie? Laat 112 bellen en een AED halen. Controleer maximaal tien seconden de ademhaling met de hoofdkantel-kinliftmethode. Geen normale ademhaling? Start met 30 borstcompressies, dan 2 beademingen, en ga zo door tot de AED er is of de ambulance het overneemt.
Dertig, afgewisseld met twee beademingen. Je drukt minstens 5 centimeter diep, maar niet dieper dan 6, in een tempo van 100 tot 120 keer per minuut. Laat de borstkas tussendoor helemaal omhoogkomen, want anders vult het hart zich niet.
Ja, en alleen borstcompressies is altijd beter dan niets doen. Toch blijft 30:2 de richtlijn van de Nederlandse Reanimatie Raad, want beademing noemen ze een cruciale factor voor overleving. Bij kinderen weegt beademen nog zwaarder, omdat een circulatiestilstand daar meestal begint met een zuurstoftekort.
De richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad uit 2025 gelden sinds februari 2026. Het algoritme zelf is niet veranderd: 30:2 blijft. Nieuw zijn onder meer: haal de AED zelf als die binnen één minuut bereikbaar is, onderbreek de borstcompressies maximaal vijf seconden, verplaats het slachtoffer niet voor een harde ondergrond, en gebruik geen stabiele zijligging meer bij een bewusteloos slachtoffer dat duidelijk normaal ademt.
Anders dan een volwassene. Je begint eenmalig met vijf beademingen en gaat daarna verder met 15 borstcompressies en 2 beademingen. Je drukt minstens een derde van de borstkas in. Bij een kind jonger dan één jaar doe je dat met twee duimen, met je handen om het borstje. Ben je niet getraind op kinderen? Volg dan gewoon het volwassenenprotocol, dat is beter dan aarzelen.
Op vier momenten: als de ambulance of de huisarts zegt dat je mag stoppen, als het slachtoffer bijkomt én beweegt én de ogen opent én normaal ademt, als je zelf uitgeput bent, of als je een niet-reanimerenverklaring vindt die bij het slachtoffer hoort. In alle andere gevallen ga je door.