Reanimatie baby en kind: zo doe je het volgens de richtlijn van 2025
Wat doe je als een baby niet meer reageert en niet normaal ademt? Je belt direct 112, geeft vijf rustige beademingen over mond en neus en reanimeert daarna met 15 borstcompressies en 2 beademingen, met je twee duimen midden op de borst. Het is de vraag die je je liever nooit stelt. Maar met het antwoord in je hoofd sta je er niet met lege handen bij.
Hieronder zet ik het stappenplan voor reanimatie baby en kind op een rij, zoals de nieuwe richtlijn van de Nederlandse Reanimatie Raad het voorschrijft. Want bij een baby en een kind gaat reanimeren op een paar belangrijke punten anders dan bij een volwassene, en met die richtlijn is er ook nog wat veranderd. Ik geef al 14 jaar BHV-trainingen. Daar draait het meestal om volwassenen, maar de vraag "en bij een kind?" komt regelmatig langs. Geen medische taal hier, wel precies.
Het verschil tussen een baby, een kind en een volwassene
Bij een volwassene stopt het hart meestal door een hartprobleem. Er zit dan nog zuurstof in het bloed, en daarom is drukken het belangrijkst. Bij een kind is het bijna altijd andersom: het begint met een tekort aan zuurstof, door verslikking, verdrinking of een benauwdheid, en daardoor valt het hart stil. Daarom begin je bij een baby of kind met beademen.
| Baby (tot 1 jaar) | Kind (1 jaar tot de puberteit) | Volwassene | |
|---|---|---|---|
| Je begint met | 5 beademingen | 5 beademingen | 30 borstcompressies |
| Verhouding | 15 : 2 | 15 : 2 | 30 : 2 |
| Beademen | over mond én neus | mond op mond, neus dicht | mond op mond, neus dicht |
| Hoofd | recht, gezicht naar boven | iets achterover | achterover |
| Drukken met | twee duimen, handen om de borst | één hand, of twee | twee handen |
| Diepte | een derde van de borstkas | een derde (4 tot 5 cm) | 5 tot 6 cm |
| Tempo | 100 tot 120 per minuut | 100 tot 120 per minuut | 100 tot 120 per minuut |
En wanneer is een kind een volwassene? De richtlijn houdt het simpel: ziet het kind eruit als een volwassene, volg dan het protocol voor volwassenen.
Reanimatie baby: het stappenplan tot 1 jaar
Stap 1: zorg dat het veilig is
Voor jezelf, voor omstanders en voor de baby. Leg de baby op een stevige, vlakke ondergrond, het liefst een tafel waar je goed naast kunt staan en waar het kindje niet af kan rollen.
Stap 2: kijk of de baby reageert
Schud voorzichtig aan de schoudertjes en spreek de baby luid aan. Reageert hij wel? Laat hem dan liggen zoals je hem vond, als er geen gevaar is, zoek uit wat er aan de hand is en bel zo nodig de huisarts of 112. Blijf hem in de gaten houden, want het kan alsnog slechter worden.
Stap 3: reageert de baby niet? Bel direct 112
Is er iemand bij je, laat die 112 bellen en een AED halen. Ben je alleen, bel dan zelf, meteen. Zet je telefoon op de luidspreker en leg hem naast je. Dan heb je je handen vrij en hoor je wat de meldkamer zegt. De centralist helpt je door de reanimatie heen, je staat er dus niet alleen voor.
Stap 4: open de luchtweg en controleer de ademhaling
Leg één hand op het voorhoofd en houd het hoofdje recht, met het gezicht naar boven. Niet achterover kantelen zoals bij een volwassene. Til met één of twee vingertoppen de punt van de kin op. Kijk, luister en voel dan maximaal tien seconden: gaat het borstje op en neer, hoor of voel je adem bij mond en neus?
Let op happende, trage of onregelmatige adembewegingen. Dat heet agonale ademhaling en het is géén normale ademhaling. Twijfel je? Handel dan alsof de baby niet normaal ademt.
Stap 5: geef vijf beademingen
Adem normaal in, sluit je lippen om het mondje én het neusje en blaas één seconde rustig in, tot de borstkas omhoog komt zoals bij een gewone ademhaling. Haal je mond weg, laat de borstkas zakken en herhaal dit tot je er vijf hebt gegeven. Krijg je je mond niet om mond en neus tegelijk, beadem dan via de neus terwijl je het mondje dichthoudt, of andersom.
Komt de borstkas niet omhoog? Kijk of het hoofdje echt recht ligt. Kijk ook in het mondje, en haal alleen iets weg wat je duidelijk ziet en makkelijk kunt pakken.
Stap 6: geef 15 borstcompressies met twee duimen
Komt de baby na de beademingen niet bij, begin dan met drukken. Zet je twee duimen op elkaar midden op de borst, op de onderste helft van het borstbeen, en omvat het borstkasje met je handen. Druk een derde van de borstkas in, 15 keer, in een tempo van 100 tot 120 per minuut. Laat de borstkas na elke druk helemaal terugkomen, zonder je duimen los te halen.
Dit heet de twee-duimen-omcirkeltechniek, en sinds de nieuwe richtlijn is het de standaard bij baby's. Heb je ooit geleerd om met twee vingers te drukken? Dat is dus niet meer de bedoeling.
Veel mensen drukken bij een baby uit angst veel te voorzichtig. Begrijpelijk, maar een derde van de borstkas is echt een duidelijke beweging. Te zacht drukken helpt de baby niet.
Stap 7: ga door met 15:2 en sluit de AED aan
Na 15 compressies geef je weer 2 beademingen. Zo ga je door, 15 en 2, tot de ambulance het overneemt of de baby zelf normaal gaat ademen. Is de AED er, zet hem dan aan en doe wat hij zegt. Ben je met z'n tweeën, wissel dan elke twee minuten van rol, want ook bij een baby is dit zwaarder dan je denkt.
Ademt de baby weer normaal?
Leg hem niet op de zij, maar laat hem op de rug liggen en houd met de kinlift de luchtweg vrij. Dat is nieuw in de richtlijn. Gaat de baby spugen of braken, draai hem dan snel op de zij. Blijf het bewustzijn en de ademhaling controleren tot de ambulance er is, en begin bij twijfel meteen weer met reanimeren.
Reanimatie kind: wat er vanaf 1 jaar anders is
Bij een kind van één jaar en ouder is de volgorde hetzelfde: veiligheid, aanspreken, 112 bellen, luchtweg openen, vijf beademingen en dan 15:2. Drie dingen doe je anders:
- Hoofd iets achterover. Eén hand op het voorhoofd, twee vingertoppen onder de punt van de kin, en het hoofd licht naar achteren kantelen.
- Mond op mond. Knijp de neus dicht met duim en wijsvinger, sluit je lippen om de mond en blaas één seconde rustig in.
- Drukken met één hand. Kniel naast het kind, zet de hiel van je hand midden op de borst en druk met een gestrekte arm een derde van de borstkas in, bij een kind zo'n 4 tot 5 centimeter. Haal je die diepte niet, of is het kind al groot, druk dan met twee handen zoals bij een volwassene.
De AED bij een baby of kind
Ja, een AED mag je ook bij een baby gebruiken. Gebruik bij voorkeur een AED met een kinderstand of kinderelektroden. Is die er niet, pak dan gewoon de AED die er hangt. Liever een AED voor volwassenen dan geen AED.
Geef eerst de vijf beademingen als je dat nog niet had gedaan, en sluit de AED dan aan. Bij kinderen tot ongeveer acht jaar, of zo'n 25 kilo, plak je de elektroden voor en achter: één midden op de borstkas, iets links van het borstbeen, en één midden op de rug tussen de schouderbladen. Zo kunnen ze elkaar niet raken. Bij oudere kinderen plak je ze zoals op de tekening staat, net als bij een volwassene.
Raak het kind niet aan terwijl de AED analyseert, en laat de elektroden zitten, ook als het kind bijkomt. Hoe een AED verder werkt, lees je in mijn stappenplan voor een AED gebruiken.
Wat is er veranderd in de richtlijn van 2025?
De Nederlandse Reanimatie Raad heeft de richtlijnen in 2025 vernieuwd. Voor baby's en kinderen zijn dit de veranderingen die je moet kennen:
- Direct 112 bellen zodra je ziet dat een kind niet reageert, ook als je alleen bent. Telefoon op de luidspreker en de meldkamer helpt je verder.
- Twee duimen bij een baby, zowel bij reanimatie als bij verslikking. De twee-vingertechniek is verleden tijd.
- Handen of duimen midden op de borst, op de onderste helft van het borstbeen. Dezelfde plek als vroeger, alleen anders omschreven.
- AED-elektroden voor en achter bij kinderen tot ongeveer acht jaar.
- Geen stabiele zijligging meer bij een kind dat bewusteloos is maar normaal ademt. Rugligging met de kin omhoog, en alleen op de zij bij spugen of braken.
De Reanimatieraad heeft er instructievideo's voor reanimatie van kinderen bij gemaakt, voor een baby en voor een kind. Kijk ze een keer, dan heb je het beeld in je hoofd. Wat er voor volwassenen veranderde, staat in mijn artikel over de reanimatie stappen.
Niet getraind in kinderreanimatie? Doe wat je wél kent
De richtlijn is hier heel helder: heb je nooit geleerd een kind te reanimeren, volg dan het protocol voor volwassenen. Dus 30 keer drukken en 2 keer beademen. Dat is altijd beter dan niets.
Want de grootste fout bij reanimatie is niet een beademing te weinig of een paar compressies te veel. Het is aarzelen. Bel 112, begin, en laat de meldkamer je verder helpen.
Verslikt de baby zich? Dat is iets anders
Een baby die zich verslikt maar nog hoest, laat je hoesten. Hoesten is het beste wat er kan gebeuren. Blijf erbij en houd hem goed in de gaten.
Hoest de baby niet of nauwelijks, maar is hij nog wel bij bewustzijn? Laat iemand 112 bellen. Ben je alleen, doe dan eerst één ronde slagen en stoten en bel daarna. Zo pak je het aan:
- Kijk in het mondje. Zie je het voorwerp en kun je het makkelijk pakken, haal het dan voorzichtig weg. Zie je niets, ga dan niet met je vingers zoeken: dan duw je het alleen maar dieper.
- Vijf slagen op de rug. Leg de baby op zijn buik op je bovenbeen, met het hoofd lager dan de romp. Ondersteun het hoofdje bij de kaak, niet bij de zachte hals. Geef met de hiel van je andere hand maximaal vijf stevige slagen tussen de schouderbladen en kijk na elke slag of het voorwerp eruit is.
- Vijf borststoten. Lukt het niet, draai de baby dan op de rug, met het hoofd omlaag op je bovenbenen. Zet twee duimen op elkaar midden op de borst, omvat het borstkasje en geef vijf krachtige stoten, één per seconde.
- Wissel af tot het voorwerp eruit is. Raakt de baby buiten bewustzijn, bel dan 112 als dat nog niet is gebeurd en begin met reanimeren, te beginnen met de vijf beademingen.
Werk je met kinderen? Dan is oefenen geen luxe
In de kinderopvang moet tijdens openingstijden altijd een volwassene aanwezig zijn met een kinder-EHBO-certificaat. Dat geldt voor het kinderdagverblijf, de bso en gastouders. De actuele eisen staan bij de Rijksoverheid.
Dat staat los van BHV. Als werkgever moet je ook bedrijfshulpverlening regelen, vanaf de eerste werknemer: mensen die een ontruiming leiden, een beginnende brand blussen en weten wat ze moeten doen tot de hulpdiensten er zijn. En een ontruiming met een groep peuters die niet zelf naar buiten lopen, vraagt om andere afspraken dan op een kantoor. Wat het verschil tussen de twee diploma's precies is, lees je in mijn artikel over het verschil tussen BHV en EHBO.
Reanimeren leer je met je handen
Dit artikel geeft je de stappen. Maar onder spanning doe je wat je handen hebben geoefend, niet wat je ooit hebt gelezen. Daarom oefenen we reanimatie en de AED in elke BHV-training tot het erin zit, op jullie eigen locatie en met jullie eigen AED.
In de BHV Basiscursus (€160 p.p.) en de BHV Herhaling (€110 p.p., beide excl. btw) gaat het vooral om volwassenen. Actuele prijzen staan op de cursuspagina's, of bereken direct je prijs. Ik bel je na elke aanvraag even. Werken jullie met kinderen en wil je dat kinderreanimatie ook aan bod komt? Zeg het dan in dat gesprek, dan kijken we samen wat er mogelijk is.
Geschreven door
Kim Hertogh
Kim Hertogh is oprichter en hoofdtrainer van LevelUp BHV. Met meer dan 14 jaar ervaring in bedrijfshulpverlening heeft ze ruim 16.000 medewerkers opgeleid. Kim staat bekend om haar praktijkgerichte en persoonlijke aanpak, waarbij theorie en praktijk continu worden afgewisseld. Haar missie: teams het vertrouwen geven om in noodsituaties precies te weten wat ze moeten doen.
Veelgestelde vragen
Bel direct 112 (of laat bellen), open de luchtweg met het hoofdje recht, geef 5 beademingen over mond en neus en wissel daarna 15 borstcompressies met twee duimen af met 2 beademingen, in een tempo van 100 tot 120 per minuut. Sluit een AED aan zodra die er is en ga door tot de ambulance het overneemt.
Bij een baby begin je met 5 beademingen, beadem je over mond én neus, druk je met twee duimen in plaats van twee handen en wissel je af in 15:2 in plaats van 30:2. Het tempo is hetzelfde: 100 tot 120 keer per minuut.
Een derde van de borstkas. Je zet twee duimen op elkaar midden op de borst, op de onderste helft van het borstbeen, terwijl je handen het borstkasje omvatten. Laat de borstkas na elke druk helemaal terugkomen zonder je duimen los te halen.
Wie getraind is in kinderreanimatie geeft bij baby's en kinderen eerst 5 beademingen en daarna 15:2. Ben je niet getraind in kinderreanimatie, dan adviseert de richtlijn om het protocol voor volwassenen te volgen: 30:2. Allebei beter dan niets doen.
Ja. Gebruik bij voorkeur een AED met een kinderstand of kinderelektroden. Is die er niet, gebruik dan gewoon een AED voor volwassenen. Bij kinderen tot ongeveer acht jaar plak je één elektrode midden op de borst en één midden op de rug, tussen de schouderbladen.
Sinds de richtlijnen van 2025 bel je direct 112 als een kind niet reageert, druk je bij een baby met de twee-duimen-omcirkeltechniek, plak je de AED-elektroden bij jonge kinderen voor en achter, en leg je een kind dat bewusteloos is maar normaal ademt niet meer op de zij, maar op de rug met de kin omhoog.
Een baby is jonger dan één jaar, een kind is één jaar tot de puberteit. Ziet het kind eruit als een volwassene, dan volg je het protocol voor volwassenen.